Blog van Regina Vermeulen | Terug in de tent

738 Views

Groessen heeft goud in handen; de Fontein van de Eeuwige Jeugd. Van de derde zaterdag tot en met de derde dinsdag in september, wordt er geestelijke verjonging geschonken. De mythische fontein is dan aangesloten op de tap. Met bijzonder krachtige uitwerking op die maandag. Codenaam kermis.
Iedereen met ook maar een halve wortel in de Groessense grond, is er. Komt er voor terug. Zo ook deze tuindersdochter van de Pinkslo, die nog steeds de neiging heeft om postcode 6923 CH op te geven, terwijl die al dik vijfentwintig jaar in de 65-regionen verkeert.

Die magische maandag. Waarop je bij de ingang van de kermistent tenminste dertig levensjaren in bewaring geeft. Waarop je weer tussen je schoolgenoten van de Joannesschool staat. Waarop je onbevangen op iedereen af stapt. Waarop je alle vragen stelt en nóg meer verhalen vertelt.
De ene moet er wat meer voor drinken dan de ander, maar het lijkt voor iedereen te werken. Hier gaat het goed. We zijn jong, fit, vrolijk, verbonden. Ongeacht wat dan ook.

De sportman van toen heeft nog krachtige longen, zie ik. In één trek is zijn halve sigaret weg. Mijn geheugen laat ongevraagd weten dat de nieuwe schutterskoning, die op de schouders wordt geheven, op 2 oktober jarig is. Het eerste dat mijn vroegere achterbuurjongen van mij herinnert, is dat ik de ziekte van Pfeiffer had. Gevolgd door de vraag of ik niet losbandig ben geworden. Kijk, dat geeft weer inzicht in mijn imago!

Monatoetje herkent me niet meer. Voor een jongen van twaalf bestonden kleine meisjes natuurlijk niet. Laat staan dat je ze dan na vijfendertig jaar herkent. Als 8-jarige rende ik op het schoolplein hard langs hem en riep dan ‘Monatoetje’. Dat leek toen een gedurfde actie, maar was dus weinig effectief. Bij nadere analyse van zijn bijnaam, gaan Freud en ik op eenzelfde conclusie landen, vrees ik. Mijn smaakpapillen hebben zich sindsdien verder ontwikkeld. Mona is allang niet meer mijn voorkeursleverancier van toetjes.

Van een oudere en stoere klasgenote, krijg ik zo’n dikke knuffel dat alle blauwe plekken die ze me heeft toegebracht direct vergeven zijn. Persoonlijk was het toch al nooit. Zij was ooit het meedogenloze handbalkanon van Groessen. Dat is geen fijne combi met trefbal als dé gymsport op school. De enige oplossing om te voorkomen dat je in verschillende kleuren blauw en rood uit de gymles kwam, was te zorgen dat je goed werd in trefbal. Zodat je in haar team gekozen werd. Goed bekeken mag ik haar sowieso dankbaar zijn, voor mijn goed ontwikkelde oog-handcoördinatie.

Die oog-handcoördinatie, die ervoor zorgt dat ik Harry in de menigte een ongeschonden biertje kan geven. Om goed te maken dat ik hem een keer hangbuikzwijn noemde. Niet vanwege de gelijkenis, maar omdat het zo lekker klonk.
Het daaropvolgende strafwerk, heeft mijn gevoel voor poëzie ernstig aangewakkerd. Honderd keer opschrijven; Harry is een hangbuikzwijn. Harry en meester Verwaaijen ben ik eigenlijk wel meer dan een biertje verschuldigd.

De warme hand op mijn schouder is van mijn neef. Een van de velen, maar niet zomaar eentje. Deze neef was grappig, liet mij bij logeerpartijtjes meer dan eens hikkend van de lach in slaap laten vallen. Meestal werd ik kort daarna wakker omdat hij zó hard snurkte, dat de modelvliegtuigjes aan zijn plafond een luchtgevecht begonnen. Dan dacht ik aan zijn laatste mop of woordgrapje en grinnikte me weer terug in slaap. Op deze herinnering alleen al, zal ik vannacht goed slapen.

Er was een tijd dat kermis voor mij nog synoniem was voor botsauto’s, rups en kinderspelen.
‘Wat doe je dan de hele dag in de tent?’ vroeg ik mijn vader.
‘Ouwehoeren met Jan en alleman’ zei hij met een twinkel in zijn ogen.
Ik wist dat er meer achter zat!
Jan deelt een essentieel stuk leven met alleman. Voor velen in de kermistent is dat hun jeugd. Het ligt er ook maar net aan wanneer je volwassen wordt. Jeugd is een rekbaar begrip. Naast mijn ouders, heeft de Groessense gemeenschap net zo hard aan mijn basis gewerkt. Dat ik daarna ben uitgevlogen, verandert niks aan mijn roots, die blijven wat ze zijn. En zorgen er telkens weer voor, dat ik op maandag jeugdig en gelukkig in de Groessense kermistent sta.

Regina Vermeulen is opgegroeid in Groessen. Werkt als freelance projectcoördinator voor natuur- en maatschappelijke organisaties. Ze schrijft meer dan ze tijd heeft. En wordt blij van alles wat leeft.

Share on LinkedInEmail this to someoneShare on Google+Pin on PinterestShare on FacebookTweet about this on Twitter

5 reacties

  1. anita verweijen

    Mooi herkenbaar verhaal, vooral als je als kind vraag wat je doet in de tent…

    • Regina Vermeulen

      Deed jij dat als kind ook? Of ben je zelf ondervraagd? Bedankt voor je fijne reactie 🙂

  2. Koos Kampschreur

    Gaaf pleidooi voor de Groessense kermis, waarbij het herinneringen ophalen en delen in de schutterstent voor elke rechtgeaarde Groessenaar heel herkenbaar overkomt.
    Bravo!
    Koos Kampschreur

    • Regina Vermeulen

      Bedankt, Koos! Daar moeten we de volgende kermis maar snel een drankje op drinken.

  3. Peter Vermeulen

    Regina, je bent een schat met een schatkamer vol woorden!

Reageer op Koos Kampschreur

Uw e-mail adres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met (verplicht).

Cancel

Meer weten over de Liemers? Ga naar De Liemers Helemaal Goed!